SCHETSEN

ONWEL

Stille zaterdag. De post bezorgt de eerste exemplaren van mijn roman VANUIT HET DUITSE DAL. Het boek ziet er goed uit. Opgetogen ga ik ermee naar vriendin A. en geef haar een exemplaar met een opdracht: zij heeft kritisch gelezen en de fotografie verzorgd.

 

We eten samen en gaan daarna naar de Keizersgrachtkerk. Het zit mee met de trams, we komen vroeg aan, verpozen ons in de nevenruimten van de kerk tot het tijd is voor de dienst.

 

In de kerk is het warm en schemerig. Voor vriendin A. en mijzelf licht ik met een zaklantaarntje de teksten van de liederen bij. Maar er ontstaat een onaangename werveling in mijn maag. Ik hoop dat het over zal gaan. Dat is niet het geval. Vriendin A. wijst dat ik te laag schijn. Ik fluister dat ik me niet goed voel. Ze slaat een arm om me heen. Ik vind mezelf terug met mijn hoofd op haar schoot en denk dat ik in slaap ben gevallen; het moet toch niet gekker worden. Maar als ik me opricht, dringt het weer tot me door dat ik me niet goed voel en gaat het opnieuw mis.

 

Weer lig ik op vriendin A’s schoot. Mijn bril is afgevallen en er staat een vrouw naast ons. Samen met vriendin A. helpt ze me overeind om me de kerk uit te voeren. In een koel halletje bij de uitgang zetten ze me op een stoel. De vrouw zegt dat ze arts is en voelt mijn pols. Die is goed. Ik knap wat op en zeg dat ze wat mij betreft terug de kerk in kunnen gaan, dat ik nog even blijf zitten en dan ook terug zal komen. Ze willen me eerst niet alleen laten, maar als ik aandring doen ze dat toch. Vriendin A. zegt dat ze op de achterste bank bij de uitgang zal gaan zitten. Alleen gelaten heb ik na een tijdje behoefte aan een wc. Daarvoor moet ik naar beneden, een trap af. Dat lukt me goed.

 

Als ik in de ruimte van de herentoiletten mijn handen sta te wassen, wordt er geroepen. Ik open de deur. Er staat een vrouw, ze zag dat mijn stoel leeg was en is naar me op zoek gegaan. Samen gaan we terug naar boven. Ik zeg haar dat het me spijt dat ik voor zoveel overlast zorg. ‘Oh, dat vinden we wel spannend hoor,’ antwoordt ze glimlachend.

 

Ik ga nog een tijdje op de stoel in het halletje zitten alvorens bij vriendin A. aan te schuiven achter in de kerk. Als tijdens de dienst anderen aan het woord zijn, komt de dominee vragen hoe het met me gaat. Ik zeg dat het wel weer lukt.

 

Na de dienst is er in de Tuinzaal van de kerk een bijeenkomst met lekkers en drank vanwege Pasen. We gaan er toch maar even heen. Veel blijken van medeleven. Ietwat beschaamd neem ik ze in ontvangst. Ik heb ze laten schrikken. Mijzelf trouwens ook. Om te tonen dat het weer goed met me gaat, neem ik vrolijk wat van de hapjes en drink ik een glas rode wijn. Maar in feite verkeer ik nog in wankel evenwicht.

 

We stappen op. Buiten is het koud. In de stad en in de trams heerst de drukte van een zaterdagavond. We ondergaan het stilletjes. Ik geschokt door mijn kwetsbaarheid. Luidruchtige en internationale jeugdigheid rondom. Hoe ouder je wordt, hoe meer jeugdigheid je ervaart. Veertigers vind ik nu zelfs al jong. Zij zichzelf waarschijnlijk juist niet meer.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

Gisteren | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
Gisteren | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
Gisteren | 21:05
SIJZIE heeft ontvangen 3
16.09 | 14:06
WILLENS EN WETENS heeft ontvangen 4
Je vindt deze pagina leuk