SCHETSEN

KETTING

Na twee maanden revalideren is vriendin A. eindelijk weer thuis. Maar daar redt ze het niet alleen, ik moet van alles voor haar doen en regelen. Fietsend op de Nieuwe Herengracht zet ik flink aan om haar niet te lang alleen te laten. Maar de ketting schiet van de tandwielen, mijn linkervoet van de trapper en die trapper met kracht tegen mijn kuit. Dat kan ik nu al helemaal niet gebruiken. Het is echter min of meer mijn eigen schuld, de ketting sleepte al een tijdje, ik had hem moeten laten spannen. Uitrijdend omdat ik niet kan remmen, vraag ik me koortsachtig af wat te doen, herinner me een fietsenmaker op de nabije Laagte Kadijk en besluit daar redding te gaan zoeken.

 

Als ik ben afgestapt loop ik er, met mijn fiets aan de hand en trekkebenend door mijn getroffen kuit, naar toe. De werkplaats ziet er gesloten uit maar de deur is los. Binnen heerst een diepe rust tot er uit een kantoortje een lange, donkerharig jongeman tevoorschijn komt die me nors opneemt. Ik groet hem en leg mijn probleem voor. Met duidelijke tegenzin bekijkt hij mijn fiets, haalt zijn schouders op en zegt met een zwaar Oost-Europees accent: ‘Alles versleet, viel werk, viel geld.’

Om hem gunstig te stemmen, antwoord ik te begrijpen dat de boel vervangen moet worden en dat ik dat eerdaags ook zal laten doen – in het midden latend bij wie – maar dat ik mijn fiets door de eerder geschetste situatie nu echt niet kan missen: wil hij, als tijdelijke oplossing, de ketting er niet even voor me omdoen en spannen?

‘Keen tijd, ies druk.’

Hij draait zich om en gaat het kantoortje weer in.

 

Boos en teleurgesteld druip ik af. Buiten herinner ik me ook een fietsenmaker naast de Oosterkerk en ga daar, door de opgedane ervaring zonder veel hoop en nog steeds trekkebenend, naar op weg. Een middelbare vrouw is er een zadel aan het uitzoeken en neemt daar de tijd voor. Maar de alternatief ogende, jonge fietsenmaker vertoont geen tekenen van ongeduld. Zelfs als de vrouw niet tot een besluit kan komen en zonder zadel vertrekt, blijft hij vriendelijk.

 

Dan ben ik aan de beurt, wel ongeduldig. Bang te moede leg ik ook hem mijn probleem voor.

‘Oh, dat heb ik meer gedaan,’ zegt hij en neemt mijn fiets van me over, hangt hem op, legt behendig de ketting om de tandwielen, spant en smeert hem en pompt daarna ook de banden nog even op.

Opgelucht vraag ik hem wat hij van me krijgt.

‘Niets,dan slaap ik vannacht goed.’

‘Zeker weten?’

‘Ja hoor.’

‘Fantastisch!’

Ik neem dankbaar afscheid en steek met mijn fiets de zijstraat over naar de viskraam voor de Oosterkerk om het met een haring te vieren. Daarmee bezig krijg ik een ingeving.

‘Komt die fietsenmaker van de overkant ook weleens hier?’ vraag ik de visboer.

‘Dagelijks,’ antwoordt hij, ‘die is gek op haring.’

Dat wilde ik horen en bestel ook voor de fietsenmaker een haring. De visboer weet precies hoe die hem wil hebben: met uitjes, zonder zuur en natuurlijk aan stukjes op z’n Amsterdams.

 

Met de haring zo op een kartonnetje ga ik terug naar de fietsenmaker. Verbaasd ziet hij me aankomen.

‘Ik heb gehoord dat u van haring houdt,’ zeg ik.

‘Dat noem ik nou eens aardig.’ roept hij verrast.

‘Omdat u dat ook was,’ antwoord ik en ga er met een armzwaai haastig weer vandoor, want vriendin A. wacht op mij en de boodschappen.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.09 | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
21.09 | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
22.09 | 19:28
HEELAL heeft ontvangen 5
22.09 | 19:27
Je vindt deze pagina leuk