SCHETSEN

FRAGIEL

In de ontvangsthal van het revalidatiecentrum wacht ik op vriendin A. Het is er een komen en gaan van patiënten, personeel en leveranciers. Veel beschadigde mensen, maar toch…

 

Aan een tafel verderop zit een gezette vrouw smartlappen te zingen. Behalve ik let niemand op haar. Ze is goed bij stem en zingt zuiver. Haar lange, grijze haar heeft ze in een knot en haar kleding doet Oost-Europees folkloristisch aan, maar haar Nederlands is zo te horen accentloos.

 

Er komt een man in een elektrische rolstoel binnen en roept: ‘Mijn pet is drie keer afgewaaid!’ 

De receptioniste en een vrouw die tegen haar balie leunt voor een praatje, moeten erom lachen. Er staat buiten inderdaad een straffe wind, maar ik vraag me af hoe hij die pet dan telkens heeft teruggekregen, want hij heeft hem op.

‘Ik heb me verrot gescheten door al die paaseieren,’ vervolgt hij aangemoedigd door zijn succes.

‘Oh, oh, die man laat me toch altijd zo lachen’, roept de vrouw die tegen de balie staat geleund, ‘ik ga maar gauw weg, anders pis ik nog in mijn broek!’ 

Geluiden producerend die voor lachen moeten doorgaan maar veeleer aan hevige ademnood doen denken, duwt ze zich van de balie af en loopt weg 

‘Daarom doe ik het ook,’ roept de man in de rolstoel haar honend na, ‘om je weg te krijgen!’

 

De folkloristische vrouw is onverstoorbaar blijven zingen. Een onberispelijk geklede en gekapte, fragiele vrouw met een stok komt naar mijn tafel. Ze neemt me even vorsend op en vraagt dan met een uiterst beschaafde dictie of ze bij me mag komen zitten. Ik maak een uitnodigend gebaar. Als ze plaatsneemt, valt haar stok. Ik raap hem voor haar op.

‘Had ik zelf ook wel gekund, hoor,’ zegt ze vriendelijk, ‘er mankeert niets aan mijn rug.’ 

We lachen elkaar even toe en dan zegt ze, knikkend naar een voorjaarstafereel met plastic dieren en bloemen op kunstgras, dat in een hoek naast de ingang is aangelegd om de tijd van het jaar sfeervol te benadrukken: ‘leuk hè.’

‘Ja, Leuk.’

‘Maar er is een vrouw die telkens een koe mee naar haar kamer neemt.’

‘Vindt ze zeker gezellig.’

‘Maar het mag niet.’

‘Nee, natuurlijk niet.’

 

Erom glimlachend zie ik vriendin A. naderen.

‘Ik heb je geruild voor een andere vrouw,’ roep ik haar toe.

‘Dat is dan een slechte ruil,’ zegt de fragiele vrouw, ‘want ik ben al erg oud.’

‘Hoe oud dan?’ vraagt vriendin A. bij ons aangekomen.

‘Zesennegentig,’ antwoordt de fragiele vrouw.

‘Dat is niet mis,’ beaam ik opstaand.

‘Maar je zou het niet zeggen,’ oordeelt vriendin A. 

En dat is waar, ik had haar hoogstens eind zeventig geschat.

 

Ons door haar jong voelend, nemen vriendin A. en ik van haar afscheid. Terwijl de folkloristische vrouw, alsof ze ons gesprekje heeft gehoord, is begonnen aan Ik heb eerbied voor jouw grijze haren.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

01.12 | 14:24
DUBBELGANGERS heeft ontvangen 4
30.11 | 15:41
27.11 | 15:42
VOOR WIE HOREN WIL heeft ontvangen 4
18.11 | 19:20
JAS heeft ontvangen 4
Je vindt deze pagina leuk