SCHETSEN

MALT

Op een steiger in de Ertshaven hebben buurtbewoners tafels en stoelen neergezet, maar daarop zit nu niemand. Er is ook een door het stadsdeel geplaatste bank. Daarop zit ik met een blikje malt. Ik ben de enige op steiger tot een man verschijnt die zo uit een opera van Wagner lijkt te zijn gestapt.

 

Hij schuifelt in mijn richting. Als hij dichterbij is gekomen, zie ik dat hij weliswaar behaard is als een figuur uit de Germaanse mythologie maar dat hij niet in een vacht is gehuld, dat zijn hedendaagse kleding door verregaande vervuiling qua vorm en kleur tot een eenheid is geworden die aan een vacht doet denken.

 

Een penetrante mengeling van pis, stront en zweetgeur verspreidend, neemt hij naast me plaats op de bank. Mij afvragend waarom hij juist naast mij en niet op een van de stoelen is gaan zitten, knik ik hem toe. Hij kijkt me met fletse ogen in een gezicht waarop haargroei en vuil nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn priemend aan en mompelt:

            ‘Je ben een goed mens.’

            Ook zijn adem bezorgt me geen frisse neus.

            ‘Dank u,’ antwoord ik, ‘maar waarom vindt u dat?’

            ‘Omdat je er niks van zegt.’

            ‘Wat zou ik waarvan moeten zeggen?’

            ‘Dat ik bij je ben komme zitte.’

            ‘Dat is toch uw goed recht.’

            ‘De meeste mense motte me niet.’

            ‘Oh nee…?’

            ‘Die vinde dat ik stink, maar jij niet, hè?’

            ‘Och…’

            ‘Precies, ik stink helamaal niet, ik ruik gewoon naar me eige.’

 

Ondertussen is hij begerig naar mijn blikje malt gaan staren. Ik heb er nog een in mijn tas en vraag of hij er ook een wil. Hij knikt gretig. Ik pak het blikje en geef het hem. Bevend neemt hij het aan, maakt het met zijn in handschoenen van vuil gehulde handen open, neemt gulzig een slok, deinst terug alsof hij gal heeft geproefd en kijkt me onthutst aan.

            ‘Wat is dat voor spul?’

            ‘Malt, bier zonder alcohol.’

            ‘Zonder alcohol…!’

           

Hij slaakt een vloek, zet het blikje met een klap neer, staat moeizaam op en schuifelt zonder me nog een blik waardig te keuren weg. Ik kijk hem na. Het is me nu wel duidelijk waarom hij juist naast mij kwam zitten: op hoop van alcohol. Zonde van dat blikje malt, maar daar ga ik echt niet meer uit drinken.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.09 | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
21.09 | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
22.09 | 19:28
HEELAL heeft ontvangen 5
22.09 | 19:27
Je vindt deze pagina leuk