SCHETSEN

HULP

Het is warm. Verlangend naar een glas koele witte wijn met vriendin A. op haar balkon, zet ik mijn fiets in de berging. Als ik daarvan weer boven en buiten bij haar voordeur ben, nadert een klein gebocheld vrouwtje achter een rollator dat zodra ze mij ziet met een Duits klinkend accent begint te schreeuwen dat ze valt en vervolgens inderdaad, met rollator en al, waarvan het mandje is volgeladen met boodschappen, in het geveltuintje van de buren belandt.

 

Ik help haar overeind en vraag of ze zich niet goed voelt.

‘Nee, nee, niet,’ klaagt ze,’ik zie alles scheef.’

Mijn verlangen naar koele witte wijn met vriendin A. onderdrukkend, bied ik aan haar even naar huis te helpen.

‘Oh alstublieft,’ kermt ze, ’ik moet daar zijn.’

 

Zij wijst in de richting van de Anne Frankstraat, waar vlak om de hoek de ingang is van de Goodwillburg, een wooncomplex van het Leger des Heils voor bejaarden. In de veronderstelling dat ze daar moet zijn, ga ik met haar op weg. Zwaar opgemaakt en in een jurk van roze tule doet ze me denken aan een schuimtaartje, maar dat schuimtaartje is allerminst zoet. Ondanks mijn hulp dreigt zij herhaaldelijk te vallen, waarover zij mij dan telkens luidkeels verwijten maakt. Ik kan geen goed bij haar doen, ga of te snel of te langzaam, kan niet sturen, rem te weinig of juist te veel.

 

Zo gaat het niet langer. Ik stel voor dat ze op het plankje van haar rollator gaat zitten en dat ik haar dan zal voortduwen. Dat vindt ze een goed idee. Maar als ik er haar met moeite op heb gekregen en we weer rijden, dreigt zij om de haverklap naar voren of naar achteren te tuimelen, wat opnieuw met luidkeelse verwijten gepaard gaat. En ze blijkt ook nog eens niet om de hoek in de Goodwillburgh van het Leger des Heils te moeten zijn, maar in een groot, luxueus complex aan de Plantage Doklaan, waardoor ik met haar in dit wankel evenwicht de Latjesbrug over Nieuwe Herengracht moet nemen. Ik vraag waarom ze haar boodschappen niet laat bezorgen. Ze beweert dat de bezorgdienst niet bij haar gebouw komt. Dat lijkt me onzin, maar dat houd ik voor me.

 

Hevig zwetend bereik ik met haar zonder ongelukken het min of meer afgesloten voorterrein van haar wooncomplex. En plotseling heeft ze het dan over een man die daar op haar zou wachten maar er niet is. Helaas, zowel voor haar als voor mij. Voorzichtig manoeuvreer ik haar om de slagboom heen de stoep af.

‘Waarom hier en niet daar?’ gilt zij.

‘Omdat ik nu even de baas ben,’ zeg ik geërgerd.

‘Ach ja,’ reageert ze dan klagerig,’ik wilde dat ik het zelf nog allemaal kon.’

‘Dat begrijp ik wel,’ antwoord ik milder, ‘maar het is nu eenmaal niet anders.’

 

De ingang van het complex heeft een lage maar voor ons toch vrijwel onneembare trap. Ik kijk haar vragend aan. Ze zegt dat er een lift is en wijst naar een deur naast de trap. Die gaat dan juist open. Een jonge vrouw verschijnt en begroet schuimtaartje, noemt haar mevrouw Slüster of Slichter. Hoopvol vraag ik of zij haar van me wil overnemen. Ze weifelt, moet iemand ophalen, maar zegt dan toch toe met de constatering: ‘Oh, u bent natuurlijk zomaar een voorbijganger.’

 

Wat een mensenkennis! Opgelucht steek ik een hand op ten afscheid.

‘Dank u wel,’ roept schuimtaartje Slichter of Slüster nu dan toch zoet, ‘u krijgt vast een stoel in de hemel.

‘Hopelijk kan dat nog even wachten!’ roep ik lachend terug.’

Want vooralsnog verlang ik naar koele witte wijn met vriendin A. op haar balkon.

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

01.12 | 14:24
DUBBELGANGERS heeft ontvangen 4
30.11 | 15:41
27.11 | 15:42
VOOR WIE HOREN WIL heeft ontvangen 4
18.11 | 19:20
JAS heeft ontvangen 4
Je vindt deze pagina leuk