SCHETSEN

AANTEKENINGEN BIJ EEN NIEUW JAAR

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

 

Op facebook schreef ik laatst, dat ik daarop verleden jaar rond deze tijd schreef:

Tot nu toe lijkt 2015 nogal op 2014.

Waarop geliefd ex-collega R. reageerde met:

Nou, wacht jij maar af!

En inderdaad, ze werd ziek en stierf, maar daar zat ik allerminst op te wachten.

 

2

 

Een familie bij mij in de buurt leeft grotendeels van de voedselbank maar steekt met de jaarwisseling het meeste vuurwerk af van alle omwonenden. Dat zal toch niet ook bij de voedselbank verkrijgbaar zijn?

 

3

 

Geloof mij maar, dit wordt mijn jaar.

Eindelijk, maar wat verlang of wil ik eigenlijk?

Veel, erg veel, zo veel, misschien wel veel te veel.

Poeh, als ik eraan denk word ik nu al moe.

 

4

 

Neef N. belt vanuit zijn woonplaats Bat Yam, een voorstad van Tel Aviv. Hij wil met vriend E. de jaarwisseling bij mij in Amsterdam doorbrengen. Een goed idee, zie ik hem weer eens. Hij is net als ik in IJmuiden geboren maar al in 1947 als baby met zijn moeder, mijn tante G., zijn vader achterna gereisd naar toen nog Palestina. Hij zal me nog laten weten wanneer ze precies komen.

 

Maar op kerstochtend belt hij op om me te laten weten het niet doorgaat. De zoon van zijn broer F. (welke laatste voor mij neef F. is, die zoals het grootste gedeelte van mijn Israëlische familie in Ashdod woont) heeft zelfmoord gepleegd door van vijf hoog uit het raam te springen.

 

Geëmotioneerd vergeet neef N. soms Engels tegen me te spreken, gaat hij over in het Hebreeuws en moet ik hem vragen te herhalen. Weliswaar heeft hij als tiener een jaar bij onze oma in IJmuiden gewoond en is hij daarna nog vele malen met vriend E. in Nederland, meestal bij mij in Amsterdam geweest, maar Nederlands spreekt hij niet of nauwelijks. En nu maakt hij mij sprakeloos.

 

5

 

Vriendin A. en ik zijn via Haarlem, waar we een begrafenis bezochten, met de bus in IJmuiden aangekomen om de sterfdag van mijn moeder te gedenken. Ieder jaar ga ik daarvoor, meestal samen met vriendin A., vaak ook met zus C. en zwager J. uit Alkmaar, maar soms door ziekte en zeer bij de anderen alleen naar de kop van de haven, naar het gelijknamige visrestaurant daar. Ook dit jaar kunnen zus C. en zwager J. door ziekte niet komen, maar vriendin A. is wel van de partij. Zelf ben ik in de loop der jaren ook niet altijd vrij gebleven van ziekte en zeer, maar ik heb toch nooit verstek hoeven laten gaan.

 

Het is nog vroeg in de middag en het regent een beetje. We besluiten eerst een bezoek te brengen aan mijn zevenentachtig jarige tante A.BdG, zuster van wijlen mijn vader. Zij heeft onlangs het huis verkocht waarin ze heel lang heeft gewoond, eerst met haar man en kinderen, toen de kinderen het huis uit waren nog vele jaren samen met haar man, mijn oom G. en nadat die was overleden alleen.

 

Door het verhuisbericht dat ik van haar kreeg, veronderstelde ik dat ze naar een seniorencomplex was gegaan in een wijk die ik goed ken doordat mijn ouders daar jarenlang in één van de bejaardenhuisjes uit het midden van de vorige eeuw woonden die plaats moesten maken voor moderne varianten. Maar in dat seniorencomplex blijkt haar huisnummer niet te zijn. We gaan op zoek en vinden het verderop in de straat. Het blijkt bij een eengezinswoning uit de tijd van de gesloopte bejaardenhuisjes te horen, wat voor ons gevoel niet kan kloppen.

 

Toch bel ik aan. Een vrouw die duidelijk mijn tante niet is, doet open en neemt ons verbaasd op. Ik overweeg tegen beter weten in dat tante A.BdG wellicht bij een vriendin is ingetrokken en vraag naar haar. De vrouw kent haar niet, maar ze heeft wel een kaart voor haar ontvangen en denkt dat ze verderop in dat nieuwe seniorencomplex woont: ze wijst naar het gebouw waar we vandaan komen.

 

We bedanken haar en gaan terug. Onderweg dringt het tot me door dat de kaart waarover de vrouw het had, de kerstkaart zal zijn die ik tante A.BdG heb gestuurd. Waarschijnlijk heb ik in mijn adresboekje, dat ik al heel lang bij me draag en daardoor van ellende bijna uit elkaar valt, per ongeluk het nummer van tantes oude woning bij haar nieuwe adres genoteerd. Ik had die kaart mee moeten vragen om hem, ook als mijn vermoeden niet klopt, alsnog aan tante A.BdG te bezorgen. Ik vertel het aan vriendin A. Ze moet erom grinniken en steekt mij aan. Ondertussen regent het nog steeds.

 

6

 

Op het bellenpaneel van het seniorencomplex vinden we bij een ander nummer dan ik had genoteerd inderdaad de naam van mijn tante. Het vermoeden van mijn vergissing was dus juist. Ik bel aan, de haldeur zoemt open zonder dat er via de intercom is gevraagd wie er is. We gaan naar binnen en nemen de lift naar de aangegeven verdieping. Boven gaan de galerijdeuren automatisch voor ons open en wijzen ons zo de weg. Maar de voordeur die van wat tantes woning moet zijn is nog dicht, wat ons bevreemdt.

 

Ik bel ook daar aan. Er wordt vrijwel onmiddellijk opengedaan en dan staren tante A.BdG en zoon R. ons aan alsof we buitenaardse wezens zijn. Maar als het doordringt wie we zijn, blijkt tante erg blij te zijn met onze komst. Zoon R. heeft haar net thuisgebracht en stapt op omdat hij nog andere visite verwacht. Als hij is vertrokken horen we dat hij jarig is, wat ik door de datum had kunnen weten.

 

‘Maar dat zei hij niet,’ zegt vriendin A.

 

‘Nee,’ antwoord ik, ‘dat doen alleen kleine kinderen.’

 

’Ja,’ beaamt tante, ‘ikke jarig.’

 

Ze is zichtbaar ouder geworden sinds we haar voor het laatst zagen en loopt nu ook binnenshuis met een rollator. We bewonderen haar nieuwe woning en drinken thee: tante en ik, vriendin A., die niet van thee houdt, koffie. We krijgen er brokken speculaas bij en praten over vroeger. Daar is er veel van, voor tante en ook al voor ons.

 

Tante vertelt tante dat ze van zoon R. een grote Kerstmanpop heeft gekregen en dat het haar leuk leek die beneden in de hal van het gebouw bij de kerstboom te zetten. Dat deed ze, maar ’s nachts in bed bedacht ze dat als zoon R. hem daar zou zien, hij misschien zou denken dat ze het geen leuk cadeau vond, waardoor ze opstond om hem als een dief in de nacht weer naar boven te halen.

 

Een paar dagen later verscheen het bewonersblaadje van het gebouw en daarin werd verontwaardigd gewag gemaakt van de verdwenen kerstman: wat een misselijke streek, hopelijk kwam de onverlaat tot inkeer en bracht hij of zij hem nog terug. Zich ten onrechte schuldig voelend, zette tante hem toen - ’s nacht om niet te worden betrapt - maar weer terug. Waarna de volgende dag door het gebouw gonsde dat de kerstman terug was, de onverlaat tot inkeer was gekomen.

 

Ze laat ons de door haar na de kerst weer naar bovengehaalde Kerstmanpop zien, een fraai maar ietwat streng kijkend exemplaar. Dat was nog eens een kerstverhaal. Ondertussen is het buiten droog geworden, is zelfs de zon gaan schijnen. We wensen tante een goede jaarwisseling en een voorspoedig Nieuwjaar toe en nemen afscheid van haar.

 

7

 

Door een IJmuiden waar het na gedane arbeid kennelijk nog altijd goed rusten is, zijn we op weg naar de kop van de haven. Maar als we zijn afgedaald naar het laaggelegen bedrijvengebied rond de Vissershaven is het daar wel druk doordat de avondspits al is begonnen. We nemen er de bus naar het weer hooggelegen Oud - IJmuiden. Mijn geboorteplaats is op duinen en de Breesaap gebouwd en dat is daar nog te merken is. Oud - IJmuiden lag er na de verwoestingen van de oorlog decennialang desolaat bij maar is en wordt de laatste jaren fraai herbouwd, waardoor het grotendeels niet meer oud is.*

 

Door weer uitgestorven straten is het nog een flink eind lopen naar de kop van de haven. Vriendin A. begint duidelijk vermoeid te raken, maar zwoegt moedig met haar stok naast me voort. Bij de terminal van de veerboot IJmuiden/ Newcastle is reuring door het aanstaande vertrek van een boot. En in het restaurant verderop worden we gastvrij ontvangen. We krijgen een tafel aan het raam in het laaggelegen gedeelte toegewezen. Daar waar eens het schootsveld voor de vuurmond van een door de Duitsers met muurschilderingen als een woonhuis gecamoufleerde bunker was die daar nog vele jaren na de oorlog stond en waar jeugdvriend Aart en ik beschutting zochten om er te fantaseren over een zo geweldige toekomst dat de werkelijkheid wel moest tegenvallen.

 

Buiten schemert het nog. Langs sportvissers op de kade hebben we uitzicht over het dofgrijze water in de richting van het in nevelen gehulde zeegat tussen de pieren. Af en toe schuiven de lichten van nog slechts als schaduwen zichtbare schepen voorbij. Op de wal twinkelen ontelbare, door de toenemende duisternis steeds geprononceerder schijnende lichten van de haveninstallaties en industrie in vele tinten: de kerstsfeer weet daar niet van wijken.

 

We voelen ons senang, proosten op de nagedachtenis van mijn moeder, op die van al onze ouders, genieten van de wijn, de vis en van elkaar. Er wacht ons nog de terugreis naar Amsterdam, ons thuis, maar dat is van later zorg.

 

 

 

* Conny Braam schreef een boeiende trilogie over de geschiedenis van IJmuiden!

 

 

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.09 | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
21.09 | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
22.09 | 19:28
HEELAL heeft ontvangen 5
22.09 | 19:27
Je vindt deze pagina leuk