SCHETSEN

HOOFDDEKSELS

In de tram neem ik plaats tegenover een heer van mijn leeftijd. Hij heeft een hoed op en ik een pet.

 

‘Eigenlijk zouden we elkaar moeten groeten als die twee heren in dat gedicht van die Vlaamse dichter,’ zegt hij, ‘door even hoffelijk de hoofddeksels te lichten. Kom, hoe heet hij ook weer?’

 

‘Ja, ik weet wie u bedoelt,’antwoord ik, ‘maar kan ook niet op zijn naam komen.’

 

We praten over dichters en het vergeten van namen. Ondertussen behoedt hij met een snelle armbeweging een oude vrouw voor een val door de optrekkende tram.

 

‘Ik ga naar iemand toe die de naam zo zou kunnen noemen,’ zegt hij dan, ‘maar daar hebben wij nu niets aan.’

 

Waarschijnlijk weten we hem straks zelf ook weer,’ veronderstel ik, ‘maar ook daar hebben we dan nu niets aan.’

 

We glimlachen knikkend. Twee elkaar onbekende mannen die zich in de tram het hoofd breken over de naam van een dichter, het bestaat nog!

 

Op het Rembrandtplein schudt hij mij ferm de hand en stapt uit. Op het Waterlooplein schiet mij de naam van de dichter inderdaad te binnen: Paul van Ostaijen.

 

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

08.07 | 23:04
KATHAAR heeft ontvangen 4
30.06 | 14:37
KORT DOOR DE BOCHT heeft ontvangen 4
26.06 | 16:38
LIEFDESLIED/ VOLDOENDE heeft ontvangen 4
16.06 | 17:37
POËZIE heeft ontvangen 9
Je vindt deze pagina leuk