SCHETSEN

VERZOEK

 

Met vriendin A. even de verhuizing ontvlucht om boodschappen te doen bij de Spar om de hoek. Voor de ingang van de parkeergarage in de Anne Frankstraat, waar vriendin A. altijd extra moet opletten omdat de bestrating daar een geul vormt waardoor zij er al eens een keer bijna is gevallen, vraagt een jonge vrouw van waarschijnlijk Surinaamse afkomst of je een ziekenwagen voor haar wilt bellen. Ze is beladen met tassen maar ziet er verzorgd uit.

 

Hoe weet zij dat je een telefoon bij je hebt? Ach, vrijwel iedereen heeft een telefoon bij zich! Je vraagt waarom een ziekenwagen. Ze beweert dat ze al de hele nacht en dag heeft gelopen en nu niet verder kan. Misschien kan ze dan beter in het politiebureau aan de overkant om hulp gaan vragen? Ze zegt dat ze daar al is geweest, maar dat ze haar daar willen laten ophalen door een psychiatrische inrichting.

 

‘Alstublieft, belt u een ziekenwagen voor me,’ smeekt ze.

 

Je denkt er het jouwe van maar haalt je mobieltje te voorschijn, belt 112 en vraagt om een ziekenwagen. De telefoniste wil weten wie en waar je bent en wat er aan de hand is. Dat vertel je, waarna ze vraagt of ze de vrouw zelf even kan spreken. Dat kan, je overhandigt haar je mobieltje en zegt wat de bedoeling is. Waarna ze hetzelfde verhaal afsteekt als eerder tegen jou. Maar kennelijk wordt ze niet erg geloofd, want ze herhaalt het telkens luider en beweert op een gegeven moment zelfs dat haar knieën hevig bloeden, waarvan echter niets te zien is. Kennelijk krijgt ze vervolgens te horen dat ze dan maar een taxi naar een ziekenhuis moet nemen, want ze roept: ‘Een taxi mevrouw, hoe dan, ik heb geen rooie cent!’

 

Er volgt een stilte. Je kijkt haar vragend aan. Ze zegt dat er wordt overlegd. Vriendin A. krijgt moeite met het staan en zoek je steun. Je laat het de vrouw weten, die met je mobieltje aan haar oor op uitsluitsel wacht. Ze zegt tegen vriendin A. dat ze het door haar eigen toestand heel goed begrijpt.

 

Het wachten op uitsluitsel duurt zo lang dat je haar uiteindelijk laat weten dat jullie toch echt door moeten. Ze verbreekt de verbinding, geeft je mobieltje terug en zegt dat ze wel een ander zal vragen voor haar te bellen. Maar jij wilt haar niet zo achterlaten. Haar verhaal klopt waarschijnlijk niet of niet helemaal, maar er is duidelijk wel iets met haar mis. Je zegt dat ze een taxi moet nemen naar de hulppost van een ziekenhuis.

 

‘Maar ik heb geen geld!’

‘Dat krijgt u van mij.’

 

Je geeft haar twintig euro.

 

‘Zo veel,’ roept ze verbaasd.

‘Ja, dat moet genoeg zijn, vraag maar aan de portier van de garage hier of hij een taxi voor u wil bellen als er niet gauw een langskomt.’

‘U bent, u bent goed!’

 

Je haalt je schouders op en loopt met vriendin A. door. Als je na het oversteken even omkijkt, zie je dat ze jullie ongelovig na staat te staren. Maar als jullie terugkomen van de Spar is ze verdwenen. Je bedenkt dat je haar had moeten vragen of ze dan geen huis had, want op de tassen na zag ze er niet uit als een zwerfster. En als je dat met vriendin A. deelt, stelt die terecht dat ze niet om geld heeft gevraagd.

 

Maar goed, terug naar de verhuisbeslommeringen.

 

 

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.09 | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
21.09 | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
22.09 | 19:28
HEELAL heeft ontvangen 5
22.09 | 19:27
Je vindt deze pagina leuk