SCHETSEN

ZWAARTEKRACHT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vriendin A. heeft fysiotherapie. Jij moet op haar wachten. Boodschappen heb je niet nodig, de horeca is coronagesloten en als je in het gebouw gaat zitten wachten moet je een mondkapje op, wat je benauwt.

 

’s Zomers ga je soms op een bank in het Oostenburgerpark zitten, op het pleintje daar met de bolfontein. Er gaat een weldadige rust van die plek uit. Hoewel het februari is, besluit je er ook nu te gaan zitten. Het is overwegend bewolkt maar zacht winterweer en je bent goed aangekleed.

 

Er zit niemand. Tuinlieden zijn bezig de bloemperken voorjaarsklaar te maken. De fontein werkt ’s winters niet. Je neemt plaats op een bank. Na een tijdje komt een jongeman het pleintje op: blikje bier, slordig kapsel, versleten jack en joggingbroek, dito sportschoenen. Hij groet je met een duim. Je geeft hem een duim terug. Hij gaat zitten op de bank naast die van jou, drinkt van zijn bier, zet het blikje aan zijn voeten, haalt een pakje sigaretten te voorschijn, neemt er een sigaret uit en vraagt of je een vuurtje voor hem hebt. Heb je niet.

 

Dan roept hij die vraag naar de tuinlieden. Een van hen wenkt. Zonder zijn blikje bier mee te nemen gaat hij naar hem toe, krijgt vuur, komt terug en zegt: ‘Dat werk heb ik vroeger ook gedaan, vijftien jaar geleden.’

 

‘Mooi werk toch?’

‘Ja, woont u hier in de buurt?’

‘Ongeveer, ik wacht op mijn vriendin, ze heeft fysiotherapie.’

‘Oh, ik heb ook eens twee armen gebroken.’

‘Ook?’

‘Ja, door de zwaarte kracht.’

‘Dat zal wel.’

‘Hebt u verstand van statistiek?’

‘Nou nee.’

 

Hij steekt een moeilijk te volgen verhaal af over de statistische kans te vallen en iets te breken door de zwaartekracht.

 

Hebt u het begrepen?

‘Niet echt.’

 

Ter verduidelijking begint hij over een volgens hem zeer bekende proef met knikkers, hoe groot de statistische kans is dat je uit een voorraad knikkers van een overwegende kleur blindelings een van de weinige knikkers van een afwijkende kleur zal pakken, zoiets.

 

‘Ook door de zwaartekracht?’

‘Nee, maar wel statistisch.’

‘Ah…

‘ Hoe oud bent u?’

‘Zevenenzeventig.’

 

Die leeftijd is uiteraard niet nieuw voor je, maar door het uitspreken ervan schrik je toch: zevenenzeventig! Hij beweert echter je op een jaar of vijftig te hebben geschat en daar moeten jullie om lachen.

 

‘Ik heb een oom die geboren is in 1942,’ laat hij erop volgen. ‘Die heeft me opgevangen toen mijn ouders me in de steek lieten. Ze zijn aan kanker overleden, een vorm van gerechtigheid, nietwaar?'

 

Hij staart je met een om bevestiging vragende blik aan.

 

‘Kan ik niet over oordelen,’ zeg je en staat op. ‘Ik moet gaan, mijn vriendin ophalen.’

 

‘Ja,’ antwoordt hij en staat ook op, ‘ik moet naar mijn psychotherapeut.’

‘Vergeet je bier niet.’

‘Nee, eerst even mijn lege sigarettenpakje in de prullenbak doen.’

 

Je geeft hem weer een duim, en hij jou dan ook.

 

 

foto archief.

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.10 | 09:56
OOSTELIJK HALFROND heeft ontvangen 8
21.10 | 09:55
KORRELIG GRIJS heeft ontvangen 6
21.10 | 09:55
ALDUS SPRAK EEN OOM heeft ontvangen 3
21.10 | 09:53
INFO COOS DE GOEDE heeft ontvangen 44
Je vindt deze pagina leuk