SCHETSEN

GUUS ALS FRANS

Begin jaren zestig zaten Guus en ik op de Cabaretschool/Academie voor kleinkunst. Zangles kregen we in koppels van twee van de zangpedagoge Bep Ogterop, bij haar thuis op de Bilderdijkkade in Amsterdam Oud-West.

 

Ik vormde een koppel met Guus, die zich over mij had ontfermd. Hij was ruim vijf jaar ouder dan ik en had al een cabaretgroep, De Splitkikkers genaamd. Naar aanleiding van die cabaretgroep was er een interview met hem verschenen in een krant. Daarin maakte hij gewag van een zwerftocht vol ontberingen, met een twintigtal andere kinderen onder wie zijn broer en een zusje, door Noord-Duitsland in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog.

 

Bep Ogterop had dat interview gelezen en maakte eruit op dat hij foute ouders had gehad. Guus gaf toe dat zijn vader fout was geweest. Bep Ogterop vond dat hij erover had moeten zwijgen omdat het gevaarlijk was voor zijn carrière. Guus wierp tegen dat hij de reden van die zwerftocht toch niet had genoemd. Maar Bep Ogterop zei die meteen te hebben begrepen.

 

Zwijgzaam liepen Guus en ik na de les richting Leidseplein. Ik had het interview niet gelezen en wilde er ook niet over beginnen. Doorgaans spraken we over de lessen, over theater, boeken en de andere sekse. Over onze achtergrond hadden we het niet of nauwelijks gehad, en dat bleef zo.

 

Vele maanden later togen we, in gezelschap van een van zijn vriendinnen, naar een uitzendbureau in de hoop op een baantje voor een paar uur per week. Dat uitzendbureau was gevestigd in een bijna op de ringweg A10 staand flatgebouw. De vriendin bleef buiten op ons wachten. We werden ontvangen in een tot kantoor ingerichte kamer van een flatwoning. De eigenaar - een ouwelijke jonge man - wilde het een en ander van ons weten voordat hij ons inschreef. Vrijmoedig vertelde Guus daarop over zijn voor de man ongetwijfeld schokkende opvattingen en seksleven. Ik hoorde het met gekromde tenen aan, mij bewust van het verwoestende effect op onze kansen. De man luisterde onbewogen, maar daarna had hij nog nauwelijks belangstelling voor mijn beduidend minder opzienbarende relaas. Het was duidelijk dat we het wel konden vergeten. Ik sprak Guus er buiten op aan. Hij begreep het niet. Van dat uitzendbureau vernamen we uiteraard nooit meer iets.

 

De vriendin had trouw op ons gewacht. We gingen met haar naar een kennis van Guus, ergens in de Helmersbuurt. Daar onderhield hij zich met de gastvrouw en maakte ik met succes werk van de vriendin. Ik verkeerde in de veronderstelling dat Guus er geen bezwaar tegen zou hebben en wist haar daarvan te overtuigen: ik kende Guus toch, voor haar tien anderen. Maar daar bleek ik me deze keer in te hebben vergist. Guus had er de pest over in en oordeelde dat zij niet wist wat liefde was. Wie wel? Ze bleef negentien jaar bij me. Maar met Guus bracht het een verwijdering teweeg.

 

Hij verwierf bekendheid met het door hem opgerichte, provocerende blad Gandalf. We zagen elkaar nog slechts door toevallige ontmoetingen in de stad. De laatste keer dat ik hem sprak, vertelde hij lang genoeg in Amsterdam te hebben rondgelopen en naar Friesland te zullen verhuizen. Ik begreep daar niets van, maar hij deed het en het contact tussen ons ging er geheel door verloren. Wel las ik soms iets van hem en over hem. Hij schreef en publiceerde een aantal boeken, verruilde Friesland voor Velp in Gelderland en dreef daar zeventien jaar lang een cultureel centrum, waarvoor hij koninklijk werd onderscheiden.

 

Toen die vriendin mij al lang had verlaten, was Guus een kunstgalerie begonnen, ook in Velp. En hij schreef een roman over zijn jeugd die hij onlangs publiceerde. Ik kocht en las hem. Daarvoor wist ik niet veel meer van zijn jeugd dan wat me destijds bij Bep Ogterop ter ore was gekomen. Nu weet ik bijna alles, in ieder geval veel. Weliswaar heeft hij de namen veranderd, maar de roman is duidelijk autobiografisch.

 

Wat een jeugd! Een vader die voor, tijdens en na de oorlog fout was, een moeder die krankzinnig werd en jong stierf, kinderen waarmee werd geschoven als met damstenen. Vooral met Guus, Frans in de roman, die ging van het ene adres naar het andere. Waarbij slaag en verwaarlozing zijn deel waren tot hij, rond zijn veertiende jaar, werd ondergebracht in het Hervormd Jeugdhuis in de Amsterdamse Volkerakstraat.

 

Aanbevolen:

MET PA VALT NIET TE FEESTEN

Guus Dijkhuizen

Uitgeverij Nieuwe Druk

Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

21.09 | 18:09

Je ziet het zo voor je, 😀

...
21.09 | 16:11

Leuke observatie Coos!

...
22.09 | 19:28
HEELAL heeft ontvangen 5
22.09 | 19:27
Je vindt deze pagina leuk