YACKOBES CHRADUZ
OVER EN VAN EEN ALBANEES FILOSOOF


Yackobes Chraduz - Albanees wijsgeer  


Uit zijn werk:




Je moet geluk hebben om geluk te hebben.




Herinneringen zijn gebeurde verzinsels.


Dat wat vanzelfsprekend is, wordt het meest 

gezegd.


Iedereen heeft een eigen waarheid, ook als die 

objectief bezien helemaal niet of niet helemaal 

waar is, blijft het toch zijn of haar waarheid, 

ding an sich; niet te verwarren met leugens 

die  dienen om te misleiden, beschuldigen of 

juist te beschermen.



Geboren worden is een straf, maar dat besef je 


uiteraard pas achteraf.

 

Beter jong en ongelukkig dan oud en tevreden.


Geluk is als drijfzand, slechts schijnbaar betrouwbaar.



Het probleem is dat domme mensen meestal


niet beseffen dat ze dom zijn, dus misschien


ben ik wel dom.         




Somberen kan bij voorspoed, bij tegenslag is


opgewektheid geboden.      



ziel:  We zouden het toch eigenlijk zelf wel 


moeten kunnen begrijpen,  dat door het brein 


gevoede diepste eigen dat ons in wezen 


onbereikbaar  maakt voor anderen, maar 


begrijp  mij niet verkeerd, ik begrijp het niet .




Het leven geeft weinig reden  tot  vrolijkheid,


dat is het leuke van vrolijk zijn.




Leven is de tijd doden tot de tijd jou doodt.




Niets doen is lang niet altijd niets doen.




IJverige mensen zijn vaak luiaards die voort- 


durend willen bewijzen dat niet te zijn. 


*


PREEK ( MACHT VAN ONMACHT )

 

De stem van mijn vriend de predikant klinkt steeds zachter en wordt uiteindelijk onverstaanbaar. De gemeente mompelt. Ik sta op, mijn vriend zwijgt, kijkt vertwijfeld om zich heen, verlaat de preekstoel en wankelt lijkbleek naar mij toe. Ik vraag hem wat er scheelt.

            ‘Ik ben het kwijt,’ fluistert hij.

            ‘Wat, je tekst?’

            ‘Nee, mijn geloof.’

            ‘Zo plotseling?’

            Hij knikt met tranen in zijn ogen.

  ‘Het is me gegeven en het is me ontnomen.’

            ‘Maar waaruit blijkt dat dan?’

            ‘Ik had plotseling het gevoel te staan liegen.’

            ‘Als dat al zo was, niemand had het gemerkt als je gewoon door was gegaan.’

            ‘Maar dat kon ik niet, ik had het gevoel in een ravijn te storten.’

            ‘Ga ze dan nu vertellen wat je is overkomen.’

            ‘Nee,’ hij schudt heftig het hoofd, ‘daarvoor zijn ze niet hier.’

   Zijn gefluister is hees geworden door emotie.

            ‘Misschien toch wel,’werp ik ook nog steeds fluisterend tegen, ‘misschien zijn ze toch ook daarvoor hier.’

  ‘Nee, nee, nee, ze zullen me naar de slachtbank leiden.’

  ‘Dan zijn ze het niet waard hier te zijn.’

  ‘En wat is dan nog, wat is nu nog de zin van mijn leven?’

            ‘Misschien je oprechtheid en onschuld?’

            ‘Een slachtdier is ook oprecht en onschuldig.’

            ‘Wellicht, en voor de vleeseters is de zin van dat leven het vlees dus de dood van dat dier, maar voor het dier zelf was het zijn leven in oprechtheid en onschuld.’

Mijn vriend begint hevig te snikken. De gemeente heeft in doodse stilte toegekeken hoe we daar stonden te fluisteren, merkt nu dat de predikant huilt en fluistert op haar beurt. Maar iemand gebaart naar de organist en die zet een psalm in. De gemeente herkent de melodie en begint aarzelend te zingen. Ondertussen leid ik mijn vriend de kerk uit, maar waarheen?



*




Een land dat oorlog voert, wordt ziek, ook als het doel te 


rechtvaardigen is.



Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit, zoals door 


ons besef van sterfelijkheid het sterven doet. 


Als men beweert dat God niet bestaat, beweert men tegen beter weten in dat de mens niet bestaat.


Als ik van te voren had kunnen weten wat leven is, zou ik niet verwekt hebben willen worden.


Transcendentie ontkennen is als het ontkennen van seksualiteit en omgekeerd; laat dat Rome en de atheïsten gezegd zijn.


De tijd heelt lang niet alle wonden en is zelf een ongeneeslijke wond.
 

Het is voor velen moeilijk te aanvaarden, maar zonder een God is de mens, zelfs als hij omringd is door geliefden, gruwelijk alleen.


Zij die denken, moeten niet denken dat ze weten.

Onbeperkte vrijheid leidt tot dictatuur van die vrijheid.

Onwijs, zoals ik mijzelf van alles en nog wat heb 

wijsgemaakt. 


Vaak is wat wij nastreven de weerschijn van wat wij 

achterlaten.


Zonder tegenspoed vaart niemand wel,

zonder welvaren is de hel. 


Op sommige punten gelijk hebben, maar met een 

verwerpelijke mentaliteit, staat gelijk aan ongelijk 

hebben.


Leiders die beweren te weten wat het volk wil, willen 

doorgaans slechts dat het volk wil wat zij willen, om dat 

te eisen als ze daartoe voldoende macht hebben 

verworven.


Het is godgeklaagd, zoveel als ik houd van kerken en 

kerkdiensten.

                            

God en de ziel ( Macht van onmacht )

 

Tegen een gure wind optornend, vraagt onze held zich af of God bestaat. Dan bedenkt hij dat die vraag niet goed is, dat de vraag niet moet zijn of God bestaat maar wat je onder God verstaat. Vervolgens bedenkt dat het ook voor de ziel geldt, dat daarover ook de vraag niet moet zijn of de ziel bestaat maar wat je eronder verstaat.

Alsof de duivel ermee speelt, nadert dan een persoon - als door de wind gejaagd, schiet er door hem heen - waarvan hij met geen mogelijkheid kan vaststellen of het een man of een vrouw is. Noch de gestalte, noch de wapperde kleding geeft hem daarover uitsluitsel. Ook niet als de persoon vlakbij is gekomen en naar hem glimlacht, ook niet als die hem in het voorbijgaan ongevraagd meedeelt doorgaans zielsveel van de wereld te houden maar nu even niet.

Verbluft kijkt onze held de persoon na, er zolang als het duurt van overtuigd zowel God als de ziel te hebben ontmoet. Maar als hij verdergaat, weer tegen die gure wind in, gelooft hij dat al niet meer.

 


 YACKOBES CHRADUZ                              

 

De Albanese filosoof Yackobes Chraduz werd op 25 december 1900 (kerstnacht) geboren te Durrës. Zijn vader was visser, zijn moeder huisvrouw en nettenboetster. Yackobes was hun eerste kind en bleef hun enige zoon. Er volgden nog drie dochters.

            Het gezin was arm. Zonder de bemiddeling en financiële steun van een kinderloos redersechtpaar, dat de jonge Yackobes uit vertedering min of meer adopteerde, zou hij waarschijnlijk zelfs geen lager onderwijs hebben kunnen genieten. Door hun toedoen kon dat wel. Hij bleek erg slim te zijn, mocht ook middelbaar onderwijs volgen en daarna studeren aan een van de vijf Hogescholen die in 1957 zijn samengevoegd tot de Enver Hoxha Universiteit, later de Universiteit van Tirana (Universiteti i Tiranës).

            Als filosoof was Yackobes Chraduz in veel opzichten een autodidact. Op de Hogeschool die hij bezocht, werd wel filosofie gedoceerd maar merkwaardig genoeg als onderdeel van het vak geschiedenis. En door de geïsoleerde positie die zijn land heel lang heeft ingenomen, had hij ook maar in beperkte mate toegang tot de belangrijke buitenlandse filosofen, terwijl na de communistische machtsovername de nadruk onevenredig op Marx en Engels kwam te liggen. Maar weinig was veel voor iemand met zijn intelligentie.

            Afgestudeerd doceerde hij geschiedenis annex filosofie aan de Hogeschool waar hij zelf had gestudeerd. Daarnaast schreef en publiceerde hij werken waarvan ik de Albanese titels achterwege zal laten. De Nederlandse titels van die romans zijn ‘Dieper dan diep’, ‘Vermoedelijke zekerheid’, ‘Gestolen pacht’ en van die filosofische studies ‘Macht van onmacht’, ‘Begrip van onbegrip’ en ‘Moed der wanhoop.’ Dat laatste werk, gepubliceerd in 1955 kwam hem op twintig jaar gevangenisstraf te staan wegens belediging van de revolutie en haar grote leider Enver Hoxha, die nota bene een bewonderaar van zijn romans heette te zijn. Bovendien werd hij gedwongen te scheiden van zijn vrouw Irena, een lerares geschiedenis waarmee hij in 1927 was getrouwd, en kreeg hij na zijn ontslag uit de gevangenis voor de rest van zijn leven huisarrest opgelegd. Weliswaar in een fraaie villa in de regeringswijk van Tirana - zodat men hem makkelijk in de gaten kon houden - maar ongetwijfeld was hij, zelfs met huisarrest, veel liever teruggekeerd naar de eenvoudige etage waar hij voor zijn arrestatie had gewoond.

Zijn huwelijk was kinderloos gebleven en zijn vrouw pleegde na de gedwongen scheiding zelfmoord. Zijn jongste zuster, Jalinca, die na zijn arrestatie naar het Westen wist te vluchten en in Amsterdam terecht kwam, werd een goede vriendin van mij. Zij vertaalde de genoemde romans en filosofische werken, evenals enige andere geschriften, in het Nederlands. Helaas is zij onlangs overleden. De vertalingen heeft zij aan mij nagelaten.

            Haar broer heeft het einde van de dictatuur niet meer mogen meemaken. Zij wel, en zij heeft ook nog het genoegen mogen smaken dat de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Tirana zowel het oude als het nieuwe werk van haar broer heeft opgenomen en laten uitgeven. Hij bleek tijdens zijn gevangenschap en huisarrest gewoon te hebben doorgewerkt, nog een roman en twee omvangrijke filosofische studies te hebben geschreven. Door de universiteit wordt hij als een voorloper van het paradoxisme gezien. Zelf heeft hij die term in verband met zijn werk ook wel genoemd, maar het valt toch te betwijfelen of hij zich bij die in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstane stroming thuis zou hebben gevoeld. 

Ik ben Jalinca dankbaar voor haar vriendschap en voor wat ze mij over haar broer heeft verteld, de geestelijke rijkdom die daarvan uitging, maar haar vertalingen behoeven grondige correcties voor wat het Nederlands aangaat. Ik heb daar een begin mee gemaakt. Naar het zich laat aanzien zal het veel tijd vergen.

 

© Coos de Goede


 
Foto Chraduzarchief.
BRIEF


Kort voor zijn dood schreef Yackobes Chraduz een brief aan zijn zuster Jalinca. Zij vertaalde hem en las hem mij voor. Nu ook zij al weer geruime tijd geleden is overleden, heb ik besloten er de gedeelten uit te publiceren die mij daarvoor geschikt leken, naar mijn mening een goed beeld geven van de door mij zo bewonderde filosoof in zijn laatste jaren, terwijl ze zijn zuster, mijn betreurde vriendin Jalinca niet meer kunnen bezeren.

 

Lieve Jalinca,

 

Ja, ik schrijf, lieve Jalinca, want dat ben je, mijn lieve zuster, al kan ik dat helaas nog slechts beredeneren en niet meer voelen. De weerzin die ik voor het bestaan en de mensheid heb opgevat geldt niet jou, maar belet mij wel voor je te voelen wat je verdient, want helaas ben ik niet meer in staat tot het ervaren van gevoelens van genegenheid voor wie dan ook.

Het zou wellicht van goede smaak getuigen te beweren dat het ook voor mijzelf opgaat, maar de waarheid gebiedt mij te erkennen dat het niet zo is. Ook het tegenovergestelde, dat ik zeer op mijzelf gesteld zou zijn, is echter geenszins het geval. Ik ben nog slechts een van weerzin vervuld mens dat de bron, zichzelf buiten beschouwing laat. Mijn God en die van Spinoza zal wellicht weten waarom en mij erom veroordelen of begrijpen, maar mijn zorg nu is dat jij het begrijpt. Mocht dat echter niet het geval zijn, voel je niet schuldig, want daar heb ik dan alle begrip voor.

*

Je zou mij kunnen verwijten dat er toch ook mensen goed voor mij zijn geweest, sommigen zelfs erg goed, dat is onloochenbaar, maar even onloochenbaar is, dat veel meer mensen er alles aan hebben gedaan mij het leven, mild uitgedrukt, zo onaangenaam mogelijk te maken. En nu door de ouderdom de belofte en hoop zijn verdrongen door nutteloosheid, overheersen de herinneringen aan het leed dat mij is aangedaan en overkomen, vernietigend het schaarse goede dat mij ook ten deel is gevallen, waardoor het laatste deel van mijn leven - want lang kan het niet meer duren, dat voel en hoop voel ik - is geërodeerd tot de geestelijke woestijn waarin ik nu verblijf.

*

Ik waak ervoor de stad, Tirana dus, nog te  verlaten, want nergens twijfel ik zo aan de zin  van het leven als in de natuur. Zeker, het leven  is een geschenk, maar wel een geschenk waar  je niet om hebt gevraagd. Soms valt zo’n  geschenk dan toch in de smaak, maar heel  vaak ook niet. Of je bent er aanvankelijk wel  blij mee maar vraagt je later af, wat je er  eigenlijk mee moet, en dat is mij overkomen.


*

 Ik verlang naar het niets van de dood, maar er wacht me nog de heuvel van het sterven en daar zie ik tegen op als tegen een berg. Neem me niet kwalijk lieve zus, dat ik je zo lastig val, maar in je laatste brief vroeg je hoe het met mij gaat en daar wilde ik een eerlijk antwoord op geven. En beschouw deze brief als een afscheid, het is niet aannemelijk dat we elkaar ooit nog zullen zien, zelfs niet in een hemel.



Schrijf een reactie: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle reacties

Nieuwe reacties

22.06 | 16:31

het onttorrt me Coos

...
30.06 | 14:37
KORT DOOR DE BOCHT heeft ontvangen 4
26.06 | 16:38
LIEFDESLIED/ VOLDOENDE heeft ontvangen 4
16.06 | 17:37
POËZIE heeft ontvangen 9
Je vindt deze pagina leuk